Dit is waar veel scholen mee worstelen. Inclusiviteit gaat voorbij tolerantie het is welcoming. Hier zijn de zes elementen voor een klimaat waar elk kind zich thuis voelt.
Inclusiviteit is meer dan een woord in een beleidsdocument. Het is zichtbaar in hoe een klas eruitziet, hoe een docent reageert en hoe kinderen met elkaar omgaan. Hier zijn zes concrete elementen.
In een inclusieve klas kent de docent elk kind niet alleen de luidste en de stilste, maar ook de grijze middengroep die het makkelijkst over het hoofd wordt gezien. Namen kennen is het begin. Hun verhalen kennen is inclusiviteit.
Er is een verschil tussen tolereren ("ze zijn anders en dat moet kunnen") en vieren ("hun anders-zijn maakt ons rijker"). Gebruik diversiteit actief in je les andere culturen, perspectieven, ervaringen als bron van leren.
In een inclusieve klas kunnen kinderen fouten maken zonder bang te zijn voor spot of veroordeling. De docent modelleert dit: maak zelf fouten, benoem ze en laat zien hoe je ervan leert.
Woorden beïnvloeden hoe kinderen zichzelf zien. Vermijd labels als "slim" en "dom." Gebruik groeigericht taalgebruik: "je hebt hier moeite mee, laten we kijken hoe we dat kunnen aanpakken."
Niets ondermijnt inclusiviteit sneller dan het gevoel dat regels ongelijk worden toegepast. Consequentie en eerlijkheid zijn de basis van vertrouwen.
Inclusief onderwijs geeft alle kinderen een stem niet alleen degenen die zichzelf makkelijk uitdrukken. Gebruik formats die ook stille leerlingen activeren: schrijfopdrachten, kleine groepen, anonieme vragen via kaartjes of apps.
Een inclusief klimaat wordt niet gecreëerd in een dag. Het is een voortdurende keuze, elke dag opnieuw.