Kinderen leren op verschillende manieren het best. Variatie is de sleutel niet het labelen van leerlingen. Hier is hoe je flexibel inspeelt op diverse leerstijlen.
Het idee van 'leerstijlen' visueel, auditief, kinesthetisch is populair maar genuanceerd. Onderzoek toont aan dat mensen leren op diverse manieren, maar dat het labelen van leerlingen als 'visueel' of 'auditief' en dan alleen op die stijl inspelen, niet effectief is. Wat wél werkt: variatie.
Als je informatie op meerdere manieren aanbiedt visueel, auditief, door te doen bereik je meer leerlingen én versterk je begrip voor iedereen. Een concept uitleggen, een diagram tonen én leerlingen het laten uitproberen is krachtiger dan één van de drie.
Gebruik meerdere representatievormen. Leg een concept mondeling uit, maar gebruik ook een afbeelding, een video of een concreet object.
Bied keuze in het verwerken. Laat leerlingen kiezen hoe ze iets laten zien: een tekening, een tekst, een presentatie, een model. Dit geeft inzicht in hun sterktes zonder ze te labelen.
Wissel werkvormen af. Klassikale instructie, individueel werk, samenwerken, discussie elke werkvorm activeert andere cognitieve processen.
Ook al is labelen niet productief, observeren wél. Als je merkt dat een leerling veel beter begrijpt als hij iets zelf doet, gebruik dat inzicht. Maar behandel het als informatie over die leerling nu niet als een levenslang label.
Vermijd het aanleggen van vaste 'leerstijlprofielen' voor leerlingen. Dit leidt tot self-fulfilling prophecies en beperkt je aanpak onnodig.
Varieer gewoon. Dat is genoeg. En de meeste leerlingen zullen er baat bij hebben.