Hoe meet ik of mijn onderwijsmethode werkt?
Dit is lastig omdat 'werkt' veel betekent. Bepaal je criterium, verzamel gegevens, analyseer en pas aan. Goed onderwijs is voortdurende evaluatie hier is hoe.
·Onderwijs
"Werkt mijn methode?" is een goede vraag. Maar het is pas een bruikbare vraag als je weet wat "werken" voor jou betekent.
Definieer 'werkt'
Voor de ene docent betekent "werkt" dat leerlingen hogere toetsscores halen. Voor een andere betekent het dat leerlingen gemotiveerder zijn. Voor een derde dat er minder conflicten zijn in de klas. Geen van deze definities is fout maar je kunt ze niet allemaal tegelijk meten.
Kies één of twee criteria en maak ze zo concreet mogelijk.
Gebruik voor- en nametingen
Als je wil weten of je methode iets verandert, meet dan vóór én ná. Zonder een beginmeting weet je niet of een verandering door jouw methode komt of door andere factoren.
Kwalitatief en kwantitatief
Kwantitatief: toetsresultaten, aanwezigheid, gedragsincidenten. Harde cijfers, makkelijk te vergelijken.
Kwalitatief: observaties, gesprekken met leerlingen, reflecties. Zachter, maar rijker aan betekenis. Vraag leerlingen hoe ze de lessen ervaren. Dat vertelt je dingen die toetsen nooit zullen vertellen.
Betrek collega's
Vraag een collega om een les bij te wonen en te observeren. Vier ogen zien meer dan twee. Een frisse blik vangt dingen die jij niet meer ziet omdat je er te dicht op zit.
Wees eerlijk over wat je ziet
Het is verleidelijk om succesverhalen te zien en falen te negeren. Maar het omgekeerde is ook waar: soms zien docenten alleen wat mis gaat. Probeer zo objectief mogelijk te kijken en vraag hulp als dat moeilijk is.
Itereer
Meten is niet het doel; bijstellen is het doel. Als de data zegt dat iets niet werkt, pas het dan aan. En meet opnieuw. Goed onderwijs is een cyclus van actie, reflectie en verbetering nooit af, altijd groeiend.
Hoe LEO hierbij helpt
Meten of je aanpak werkt vraagt om gegevens die vanzelf ontstaan, niet om een extra meetronde. LEO verzamelt per leerling de voortgang, de doelbereiking met redenen en de kerndoeldekking per vakcategorie, terwijl het werk gebeurt. Meer daarover in Hoe meet ik de voortgang van leerlingen objectief?