Welke software past bij een Agora school?

Agora-onderwijs kent geen vakken, lesroosters of methodes. De meeste schoolsoftware gaat daar juist wel van uit. Waar je op moet letten en welke functies je echt nodig hebt.

·Kerndoelen

Agora-scholen werken zonder vakken, zonder rooster en zonder methode. Leerlingen werken aan zelfgekozen challenges, begeleid door een coach die een vaste groep volgt. Dat is een fundamenteel ander model dan waar de meeste schoolsoftware voor gebouwd is.

Daar wringt het. Een gemiddeld leerlingvolgsysteem gaat uit van vakken, cijfers, klassen en toetsmomenten. Als je dat probeert te gebruiken voor challenge-onderwijs, vul je velden in die niet passen en mis je de dingen die er wel toe doen.

Waarom standaard schoolsoftware niet past

Het probleem zit in de aannames die diep in zulke systemen zitten.

Ze gaan uit van vakken als hoofdindeling. Bij Agora bestaat een challenge over voedselproductie tegelijk uit biologie, economie, rekenen en burgerschap. Die dwingen in een enkel vakhokje vernietigt de informatie.

Ze gaan uit van cijfers als uitkomst. Bij challenge-onderwijs is de uitkomst een product, een reflectie en een gesprek. Een cijfer vat dat niet samen.

Ze gaan uit van een rooster als structuur. Zonder rooster valt de hele planningslogica weg, en daarmee vaak het halve systeem.

En ze gaan uit van de docent als vakspecialist die vijf klassen ziet. Bij Agora volgt een coach een vaste groep leerlingen over alle domeinen heen. Dat vraagt een compleet andere weergave.

Wat je in plaats daarvan nodig hebt

Een systeem voor challenge-onderwijs moet vijf dingen kunnen.

Challenges als hoofdeenheid, niet vakken. De challenge is waar het werk gebeurt. Alles hangt daaraan: taken, bestanden, feedback, reflectie, kerndoelen.

Kerndoelen die los staan van vakken. Een challenge moet meerdere kerndoelen uit verschillende leergebieden kunnen raken, zonder dat je hem in een vak moet persen.

Voortgang zonder cijfers. Percentage voltooid, taken afgevinkt, doelbereiking wel of niet gehaald met de reden erbij. Dat zegt meer dan een 7,2.

De coachrelatie als uitgangspunt. Een coach ziet zijn eigen groep volledig, met feedback en notities per leerling, niet een lijst met cijfers per vak.

En zicht op wat andere leerlingen doen. Bij zelfgekozen challenges is het grootste probleem niet motivatie maar inspiratie: leerlingen weten vaak niet wat er mogelijk is.

Hoe LEO dit invult

LEO is gebouwd voor dit model, en dat merk je aan waar de nadruk ligt.

De Challenge Monitor is het hart. Per challenge staan daar de taken, de bestanden, de feedback van de coach en de gekoppelde kerndoelen bij elkaar. Coaches wisselen met twee icoontjes tussen coachweergave en leerlingweergave, zodat ze zien wat de leerling ziet.

Kerndoelen koppel je via leergebied, kerndoel en subdoel, op basis van de officiele kerndoelstructuur voor de onderbouw. De officiele omschrijving staat erbij. Bij behaalde kerndoelen legt de coach een eigen beoordeling vast.

De analyse in de zijbalk toont per leerling de dekking over de negen vakcategorieen als spinnenweb en staafdiagram, plus doelbereiking met de laatste redenen erbij. Daarmee voer je een onderbouwd voortgangsgesprek in plaats van een gevoelsmatig gesprek.

Voor de inspiratie is er een aparte pagina waar leerlingen zien waar medeleerlingen mee bezig zijn. Leerlingen noemen dat zelf consequent als een van de nuttigste onderdelen.

En er is een planbord met kolommen To Do, In Progress en Done, waar leerlingen taken naartoe slepen. Geen rooster, wel structuur.

Wat leerlingen er zelf van vinden

Bij het testen van LEO viel op dat leerlingen vooral over snelheid en overzicht beginnen. Een leerling die eerder met Simulise werkte zei dat de monitor invullen daar zo lang duurde dat de motivatie voor de challenge zelf al weg was voordat hij begon. Dat is een reeel risico: administratie die zwaarder weegt dan het leren zelf ondermijnt precies wat je probeert te bereiken.

Vragen die je moet stellen bij het kiezen

Kan een challenge kerndoelen uit meerdere leergebieden tegelijk raken, zonder een vak te kiezen? Zo niet, dan past het systeem niet bij je model.

Kan een coach zijn eigen groep volledig zien, over alle challenges heen? Zo niet, dan blijf je in losse overzichten werken.

Hoeveel klikken kost het om een challenge bij te werken? Test dat met een echte leerling, niet in een demo.

Zie je waar de dekking gaten vertoont, of alleen wat er geregistreerd is? Dat verschil bepaalt of het systeem sturend of alleen administratief is.

En werkt het op de apparaten die je leerlingen echt gebruiken? Veel schoolsoftware is gebouwd voor een desktop die er niet is.

Tot slot

De meeste scholen die overstappen op challenge-onderwijs proberen eerst hun bestaande systeem om te buigen. Dat kost een jaar en levert een gefrustreerd team op. Het is goedkoper om te beginnen met een pilot in een systeem dat het model al aankan, en van daaruit te kijken wat je school specifiek nodig heeft.